Veerle Driessen

Een goede vriend is moeilijk te vinden

Een close read van Ahmad Mallah en Rebecca Lillich/Krügers Pulling Blood from Stone in de Nieuwe Vide

Bij de Nieuwe Vide in Haarlem kom je thuis bij Ahmad Mallah en Rebecca Lillich//Krüger. Een huis dat ze met zorg hebben gebouwd en ingericht met spullen die herinneringen dragen. Meubels die ze hebben gevonden of al jarenlang meezeulen van huis naar huis, objecten die ze voor eerdere projecten hebben gemaakt, foto’s uit hun jeugd, en schilderijen van eigen hand die nooit het daglicht hebben gezien. 

Het huis moest een kleurrijk geheel worden. Een uitvoering van één van hun eerste, maar nooit gerealiseerde ideeën. Rebecca en Ahmad wisten direct dat ze hun oude idee nieuw leven in wilden blazen voor hun residency bij de Nieuwe Vide toen ze de bunker zagen in tentoonstelling ervoor. Die bunker zou het fundament zijn voor hun huis. Een plek voor verbinding en veiligheid. Twee thema’s die terugkeren in hun werk en in lijn lagen met de vrijheid die deze eerste betaalde residency zou bieden. 

Het idee was om die verbinding en veiligheid over de gehele duur van de tentoonstelling zelf te creëren door het huis op te bouwen voor het publiek, en zo langzaam de spullen los te laten die ze over de afgelopen jaren hadden verzameld. Een soort langdurige Marie Kondo sessie, waarbij hun oude spullen niet in de afvalbak zouden eindigen, maar elk als bouwonderdeel van hun huis zouden dienen. Het liep anders. Het huis nam in de voorbereidingen sneller vorm dan ze dachten, en er ontstonden ideeën voor performances die niet zo goed samen zouden gaan met het idee van het bouwen van een huis als performance. 


Een kleurloos thuis

Ze hebben besloten om het volledige huis van tevoren te bouwen, en het te laten dienen als autonoom object én achtergrond voor performances. Hun reeks performances beginnen ze gezamenlijk. We kijken in de woonkamer van hun huis, het lichaam van Rebecca met de buik tegen de achtermuur geplakt. Behalve een witte lendendoek is ze naakt en ze wringt zich tegen de muur aan, haar armen door twee gaten gestoken. De muur laat twee armen door die haar betasten. 

Er staan in totaal drie muren, de ‘vierde muur’ ontbreekt en opent de ruimte voor de toeschouwer. We zien een brandende schemerlamp op een tafeltje, een luie stoel met een knuffelbeer erop en een dekentje erover. Op een tv-scherm voorin het huis zien we de bakstenen achterkant van de achtermuur, waar Ahmad zich ook tegen de muur wringt, en je ziet hoe de armen van Rebecca hem met uitvergrote gebaren betasten. De muur is een duidelijk obstakel. Een zwoele stem zingt:


Don't you mind people grinnin' in your face

Don't mind people grinnin' in your face

You just bear this in mind, a true friend is hard to find

Don't you mind people grinnin' in your face


De ruimte die door het gezang wordt gevuld is duidelijk een woonhuis, maar er is niks huiselijks aan. Alles in de kamer is wit. Door de kleuren van hun oude spullen miste de ruimte de visuele diepte die ze voor ogen hadden, waardoor ze begonnen te experimenteren met gipsverband. Door de volledige ruimte in gipsverband te bedekken is de het huis vanbinnen wit geworden zonder dat het een gepolijste white cube is, omdat de structuur van het verband nog duidelijk zichtbaar is. 

Het gipsverband veranderde het hele project. Het materiaal heeft een zwaarte, een gewicht dat ze passend vonden bij het emotionele gewicht van alle spullen en de betekenis die de installatie en de reeks performances, die ze samen Pulling Blood from Stone hebben genoemd. Het gips herinnerde Ahmad onbedoeld aan zijn tijd in Syrië, waar hij tussen het puin woonde. “Als gebouwen afbrokkelen verdwijnen de kleuren”. Door het gipsverband is hun huis daarom niet meer alleen een huis, vertelt Rebecca, “maar ook een plek die vervreemdt, het is een ruimte die we allemaal kennen en normaal vinden, but it’s just kinda wrong”.

Het resultaat van het gips is ook dat Rebecca en Ahmad zich door het huis moeten bewegen op een manier die vervreemding versterkt. Om het gips niet volledig te laten afbrokkelen moeten ze zich voorzichtig en ongemakkelijk bewegen. Alsof ze op eieren moeten lopen. 


Martelaars en schikgodinnen

Het koppel maakt zich van elkaar los en we zien Rebecca naar de grond zakken, waar een loopmachine ligt die ze met haar tenen bedient. Haar gezang stopt, en met een gedissocieerde blik op haar gezicht spreekt ze nieuwe woorden in: 


Bad feeling, can’t sleep


De woorden worden meerdere keren herhaald, en klinken dit keer niet zangerig maar vluchtig. Ongemakkelijk beweegt ze zich naar voren, als Ahmad langzaam achter het huis vandaan komt met een tafel waarachter ze samen gaan zitten, hun blik naar ons, de toeschouwers. Ze maken repen gipsverband nat om die op hun lichamen te smeren. Ahmad bedekt zijn ogen, en Rebecca snoert zichzelf letterlijk de mond. 

Geïnspireerd op Francisco de Goya’s verbeelding van de drie schikgodinnen (Atropos, 1819-1823) speelt Rebecca met een wollen draad, terwijl Ahmad Rebecca’s loop stopt en zacht in het Arabisch zingt. Het is een lied voor Rima, die in slaap wordt gezongen met beloftes van plekken waar veel zoet fruit is, waar goede mensen haar liefhebben en slechte mensen haar met rust laten.  


و التشتشي التشتشي و الخوخ تحت المشمشه

Ik zal je meenemen op een kleine reis, naar een plek waar pruimen liggen onder de abrikozenboom 


و كل ما هب الهوا ألقطف لريما مشمشه

en elke keer als de wind waait, zal ik een abrikoos plukken voor Rima 


In tegenstelling tot hun eerdere, conceptuelere installaties en performances zijn ze in Pulling Blood from Stone direct. De combinatie van het uit persoonlijke spullen opgebouwde huis, de archieffoto’s aan de buitenmuren, de symboliek in de performances en de achtergrond van het koppel maakt het onmogelijk om niet te denken aan de meest prangende gebeurtenissen in de wereldpolitiek.

Ahmad vertelt dat het bedekken van zijn ogen een ode is aan martelaren, mensen die zich opofferen voor anderen, voor ‘het grotere geheel’. In de Islam is het specifiek iemand die sterft in een gerechtvaardigde strijd. Ahmad zingt een kind in slaap. Het is geen vergezochte aanname een verband te leggen met het draad waarmee Rebecca speelt. Ahmad is een kind van Palestina, en Rebecca, een kind van de Verenigde Staten, speelt met zijn levensdraad zoals de Verenigde Staten de wereldpolitiek bespeelt met de levens Palestijnse kinderen op het spel.


Contrast tussen politiek en humor

Terwijl Rebecca vervolgens naar de loopmachine kruipt onder de tafel haalt Ahmad de tafel weg. Met heel veel moeite spreekt ze herhaaldelijk twee regels uit.


I wish there was a god

I’m so lonely


De woorden komen moeilijk uit haar mond, met gezucht, gekraak en gesteun. Haar blik is intens. Door de hele performance is de meest aanwezige stage presence van haar, iets wat me ontzettend ongemakkelijk maakt, maar er ook voor zorgt dat ik mijn ogen niet van haar kan afhouden. 

  Uiteindelijk onderbreekt Ahmad het met een welkome humor, die direct van zijn lichaamstaal te lezen is als hij opkomt. Het publiek, waar duidelijk veel vrienden zitten van het koppel, laat zichzelf toe om opgelucht te lachen. 


Waar kom je vandaan? Aaaah je bent Palestijns? Wat heftig man!!!

Je komt ook uit Syrië ? Oh.. arme jongen!


Zijn outfit is komisch. Het contrast is behoorlijk sterk met de horror-achtige lichaamstaal van Rebecca. 


Echt zielig.

Maar we hebben ook eigen problemen

De woningnood

Inflatie

Vluchtelingen

En dan komen jullie allemaal hierheen.


Het eerste dat Ahmad me na de opening vertelt is dat het ging knagen om deze rol te spelen, de rol van de onschuldige witte persoon die zich racistisch gedraagt. Hetzelfde geldt voor Rebecca, die voor de laatste scene in de huid kruipt van Nick Fuentes, een extreemrechtse Noord-Amerikaanse activist. Terwijl ze langzaam over de grond kruipt spreekt ze met krakende stem de woorden uit van zijn speech:


Hey bitch we control your bodies

Guess what, guys win again, ok?

Men win again, and yes, we control your bodies

Hi, I’m your Republican congressman

Hi, I’m your Republican congressman

It’s your body, my choice


Als een slang kruipt ze omhoog tegen de muur, en kijkt strak in de spiegel die daar hangt, tegen zichzelf pratend, haar alter ego, of haar gespleten persoonlijkheid:


And there will neverrrrrrrrrr everrrrrrrr be a female president

Neverrrrrr everrrrrrrr be a female president everrrrr

It’s over, glass ceiling dude it’s a ceiling made of fucking bricks you will never break it–

Your stupid face keeps hitting the brick ceiling–

We will keep you down forever, you will never control your own bodies

You will never be the president of the global empire–

Never going to happen sweetie, it’s your body

Our choice


Met een andere intonatie, denk aan een ritme dat vaak wordt gebruikt in spoken word, houdt ze vervolgens een monoloog. Ook in de spiegel. Het is donkere zelfreflectie. Ze houdt zichzelf een spiegel voor die inzicht toont in een leven dat velen van ons zullen herkennen. 


All these lessons and all the lies and all the poor poor people that have to die—

But this is the life I chose, a life that everybody knows, all alone watching the people I love die

through my fucking phone—- independence is a disease my disease with myself,


En dan, alsof de zon achter de wolken vandaan komt, beweegt Rebecca zich naar de microfoon die midden voorin staat. Daar staat Ahmad, die haar aankijkt, en met hun gezichten dichtbij elkaar beginnen ze te zingen. In het Arabisch. Ik lees achteraf pas de betekenis, maar de warmte spat ervanaf. Hun lippen bewegen bijna tegen elkaar en ze moeten glimlachen, alsof ze hun geloften naar elkaar uitspreken.

Later vertellen ze dat Ahmad het lied vaak thuis luisterde, en Rebecca de klanken meezong hoewel ze geen idee had wat ze precies aan het zingen was. Voor Ahmad is het een ultieme poging van Rebecca om dichterbij het Arabische deel van zijn identiteit te komen. 

De reeks performances doen ze grotendeels alleen, en ook het deel dat ze samen doen onderstreept de gespletenheid van de wereld. Ze kiezen polariserende woorden die ze dagelijks horen. “Men win again ok, and yes, we control your bodies. Echt zielig, maar we hebben ook eigen problemen. Independence is a disease, a disease with myself.  

Maar aan het eind komen ze bij elkaar. Glimlachend. In een taal die ze woordelijk niet allebei begrijpen, maar toch begrijpen ze elkaar in hun poging. bell hooks idee van liefde gaat over die poging, en het gaat over thuis. In liefde kan je thuiskomen als je er hard genoeg aan werkt. Rebecca en Ahmad weten zelf nog niet de betekenis van alle elementen in Pulling Blood from Stone, beamen ze. Maar het is een poging. Een poging om sense te maken van hun eigen geschiedenis, van wat er nu gebeurt, wat dat met hen te maken heeft en waarom hen dat aan elkaar verbindt, en aan ons. 



Aantekeningen:

Dasein

Ik heb ooit gelezen dat het huis in de filosofie niet alleen wordt gezien als een plek, maar voorbij de materialiteit gaat en het fundament is voor onze volledige relatie met onze omgeving. Waarvanuit we ons relateren aan de buitenwereld. Ahmad en Rebecca maken een prachtige brug tussen het materiele en het immateriele door hun huis te bouwen van hun eigen spullen, die in essentie meer herinneringen zijn dan iets materieels. Op linker en rechter buitenmuur van hun huis zijn allerlei foto’s. Vooral voor Ahmad zijn familiefoto’s schaars. Hoewel zijn vader fotograaf was en hij herinneringen heeft van koffers vol fotografisch materiaal, moest hij uiteindelijk vluchten met een fractie daarvan, en zijn zijn visuele herinneringen voornamelijk gekaderd door 6 jeugdfoto’s die hij nog op Facebook had staan. 

Voor Martin Heidegger is 'het huis' (de woning) niet zomaar een onderkomen, maar een essentieel onderdeel van de menselijke ervaring van 'wonen' (

Bauen). Wonen is een manier om je in de wereld te oriënteren, veiligheid te bieden voor zelfontwikkeling en een verhouding aan te gaan met de omgeving. Het gaat om het zich "één voelen" met de wereld en het vrij en tevreden zijn. 

Equally indebted to Heidegger is the work of Edward S. Casey (1993; 1997), where dwelling as a human practice is recognized as crucial for the recognition and creation of a significant existential dimension bound to places. Casey’s theory, sustained by a dwelling perspective, raises criticism against those models underscoring the vagueness and inconsistency of the concept of place, and the universalism and temporocentrism of Western thought.

As long as Dasein is, it still has potential existential possibilities,

until the happening of its impossibility (Unmöglichkeit) as death. Dwell-

ing is thus the mode of being-in-the-world of my Dasein as a mortal. To

dwell is to be in the world as a mortal destined to die. Dasein is temporal

and spatial in the sense of unfolding against the horizon of the finitude

of its time, and in terms of the locales and spaces in which it persists

and passes through until, so to speak, it [metaphorically] crosses its “last

bridge unto death.”


Zowel de kamer als het bed staan inderdaad ook als autonome objecten. Denk aan de installaties van Pippilotti Rist, waar ze haar ‘interior world’, zoals ze het zelf noemt, de gedachtenspinsels en herinneringen die haar bezighouden, naar een gedeelde publieke ruimte brengt. Dit is erg vergelijkbaar met wat Ahmad en Rebecca doen, al is het in een volledig andere stijl.

Met pulling blood from stone zou je kunnen zeggen dat Ahmad en Rebecca letterlijk een thuis maken. Een plek om te onderzoeken wat hun relatie is met elkaar, met hun geschiedenis, en met hun huidige realiteit. Een manier om met hun verschillende identiteiten te dealen.