Veerle Driessen

Gedachtenwisselingen over I can be a mountain

tussen kunstenaar Eva Spierenburg en curator Veerle Driessen

Voor deze tentoonstelling is gekozen om meer context te geven aan de hand van correspondentie. In deze tekst wordt Eva gevraagd naar de gedachten achter de werken, en legt ze in haar antwoorden een deel van het maak- en denkproces bloot. Ook noemt ze inspiratiebronnen voor I can be a mountain.

Tijdens je residency in IJsland veranderde de inhoud van je werk door hoe je de omgeving ervaarde. Wat was er zo anders aan de ervaring van je omgeving dan daarvoor?

In IJsland verbleef ik in een klein afgelegen dorpje in een fjord, met nauwelijks mensen, winkels, nieuws en verkeer, maar wel omringd door bergen en zee. Ik denk dat de rust en stilte ervoor zorgden dat ik mijn omgeving veel intenser kon ervaren. Ik merkte dat mijn zintuigen scherper werden, waardoor ik alle aandacht had voor de subtiele geuren, kleuren, veranderingen, aanraking en geluiden in het ruige landschap. In de stilte kon ik me ook tijdens het tekenen met meer aandacht en geduld dan thuis laten meeslepen door details.

Ik was naar IJsland gegaan met het voornemen om de relatie tussen lichaam en landschap te onderzoeken. Eenmaal daar bleek het landschap zo overweldigend aanwezig, dat het lichaam al tekenend verdween in het landschap. Tijdens mijn dagelijkse wandelingen ervaarde ik heel sterk onderdeel te zijn van een groter geheel - een aarde vol bergen en waterstromen die voor mij bestonden, en na mij nog zullen bestaan, en in een staat zijn van constante verandering. Ik begon de aarde als een levend lichaam te zien en tekenen: ademend, bewegend, verterend, lekkend, in een andere tijd dan die van ons. Zachte, traag groeiende mossen bedekken eeuwenoude rotsen, zoals vlees tijdelijk onze botten omhult.

De bergachtige installatie being earth staat op een centrale plek in de tentoonstelling. Speelden bergen een speciale rol voor je in IJsland?

Ik staarde eindeloos naar de bergen die ons huis en het atelier omringden. Vanuit de woonkamer zag je een aantal bergen die elk moment van de dag leken te veranderen door de rondwervelende wolken, de lichtval, en de veranderende patronen in smeltende sneeuw en waterstroompjes. Bij een andere bergtop waar ik vaak heen wandelde waren heel duidelijk verschillende lagen steen zichtbaar - daardoor was het voelbaar hoe de berg door de bewegende aardlagen en tijd was gevormd. Ik denk dat ik hierdoor de bergen als iets levends ging zien. Het is niet voor niks dat onze taal ruggen en schouders toekent aan een berg.

Toen ik terug was in mijn eigen atelier en verder dacht over het idee van de aarde als levend lichaam, moest ik denken aan de 'navel van de wereld' die ik ooit in Delphi zag: een gebeeldhouwde steen die volgens de Griekse mythologie het middelpunt van de aarde aangaf. Hiermee werd de wereld een persoon met een navel: Gaia. 

Nu is het gangbaar de aarde als een ding te zien, een gebruiksvoorwerp. Maar wanneer je het landschap benadert als een personificatie of een entiteit die net als wij leeft, ontstaat er een hele andere verhouding tussen mensen en hun omgeving. 

Eén van de beelden die je inspireerden tot het maken van being earth toont een opvallende begrafenispraktijk: een kleine berg waar mensen in foetushouding in worden begraven. Wat zegt dat beeld voor jou over onze verhouding met de aarde?

Het beeld toont een oude begrafenispraktijk uit Zuid-Amerika, waarbij de overledene werd omwikkeld met vele lagen textiel in de vorm van een berg. Voor mij benadrukt het vooral het cyclische karakter van levende en niet levende materie: de overledene eindigt in foetushouding, dezelfde waarin de persoon het leven ooit begon. Elk einde is zo een nieuw begin. Vanuit menselijk perspectief is dat een mooi spiritueel gegeven. Vanuit het perspectief van de aarde verwijst het voor mij naar de kringloop van materie: het lichaam wordt een verzameling van stoffen die worden opgenomen in de geologische processen van de aarde. Net zoals alle stoffen op aarde voortdurend verbindingen aangaan, transformeren, en weer uiteenvallen in elementaire deeltjes. 

Dus als wij doodgaan, en we uiteenvallen in elementaire deeltjes, dan zouden die deeltjes zich weer kunnen verzamelen in een berg? 

Ja, of de deeltjes gaan op in een boom of rivier; ons lichaam lost op in het landschap en vermengt zich met het hemellichaam aarde. Officieel is de aarde geen hemellichaam omdat het wordt beschouwd als centraal object dat uitkijkt op de rest van het zonnestelsel. Maar vanuit een meer-dan-menselijk perspectief is de aarde één van de vele planeten, en zou het onze relatie met onze omgeving gelijkwaardiger kunnen maken als we de aarde als lichaam zien. 

De uitwisseling tussen ons lichaam en het landschap werkt ook andersom: de deeltjes water die zich in ons lichaam bevinden stroomden ooit in de zee, of vielen als regendruppels neer op de aarde. Ook bij leven dragen we stukjes berg, boom en rivier in ons lichaam. Ik voel me erg aangetrokken tot Astrida Neimanis’ ideeën over fluïditeit. Ons lichaam is voortdurend in uitwisseling met de wereld en mensen om ons heen. Ze schrijft: “Mammal, reptile or fish; sapling or seed, river delta or backyard pond -all of these bodies are necessarily brought into being by another body of water that dissolves, partially or completely, to water the bodies that will follow. On a geological scale, we have all arisen out of the same primordial soup”. Oersoep. Mooi woord. Dit is wat ik af en toe ook kan voelen: ons lichaam absorbeert de omgeving en andersom. Zo zijn we onderdeel van een vloeibaar geheel dat voortdurend in beweging is, en is ons lichaam dus geen afgescheiden ding dat losstaat van andere lichamen en natuur. In het dagelijks leven hier in Nederland vind ik het momenteel erg moeilijk om deze verbondenheid met alles en iedereen te ervaren, in IJsland was dat veel makkelijker. Ik denk dat mijn werk momenteel een poging is om het gevoel van verbondenheid dat ik daar had vast te houden en over te brengen. 

Kun je werken aanwijzen uit I can be a mountain waarop je zelf weer die verbondenheid voelt als je ze ziet? 

Op dit moment voel ik dat het sterkst bij de video being fluid. Een video is door de combinatie van beweging en geluid goed in staat je naar een andere plek mee te voeren. Dit werk laat voor mij zien hoe elke beweging andere bewegingen in gang zet. Ook mooi hoe de stroming zichzelf herhaalt, maar elke golf toch steeds net anders is. 

In andere werken is die verbondenheid op verschillende manieren aanwezig: de strengen van being earth die vanaf het plafond naar beneden bungelen zijn afgeleid van gedroogde zeewierstengels die ik in het fjord vond. Deze zeewiersoort lijkt heel erg op menselijke aders of navelstrengen, wat voor mij laat zien hoe we uit dezelfde materie en structuren zijn samengesteld als de wereld die ons omringt. 

Een ander soort verbinding zit in de vlechten van braiding, breathing. Tijdens het maken van dit werk luisterde ik naar het boek Braiding Sweetgrass van Robin Wall Kimmerer. Daarin wordt het vlechten van veenreukgras  beschreven als een manier om je met de aarde te verbinden: zoals ook het vlechten van de haren van een persoon een vorm is om zorg en affectie te tonen. 

In de tentoonstelling als geheel heb ik geprobeerd vorm te geven aan de elementaire, visuele en gevoelsmatige overeenkomsten tussen ons lichaam en het landschap, waarin voor mij onze verbondenheid besloten ligt.