Veerle Driessen

Nieuws van Nergens

De echo van William Morris in de hedendaagse kunst

Een jaar lang sliep ik omringd door een amberkleurig William Morris-behang met een motief van eikenbladeren. Het was op een zolderkamertje van een arbeiderswoning in Craftsman-stijl uit ca. 1910. Ik kon kiezen: een comfortabeler kamer of de charme van het historische behang, het puntdak en het glas-in-loodraam dat uitkeek over een met zorg onderhouden voortuin.


William Morris

Behang van Morris & Co. komt uit een tijd waarin machinaal vervaardigde producten Engeland overspoelden. Morris en zijn vrouw Jane Burden verachtten massaproductie en decoreerden hun Red House met zelfgemaakte spullen. Gemotiveerd door het succes van hun inspanningen en de ’joy in collective labour’, zoals Morris het noemde, besloten zij in 1861 een ambachtelijke interieurwinkel te beginnen in Londen. 

Om de gelobde eikenbladeren, smalle wilgenblaadjes en de bloemblaadjes van meidoorn op ambachtelijke wijze op behang te krijgen deed Morris uitgebreid onderzoek naar historische druktechnieken en natuurlijke pigmenten. Ook bijzonder is dat de Morris & Co. motieven van de flora uit de Britse tuinen en velden verbeeldden, in plaats van de exotische soorten die toen populair waren. 

Meidoorn is bijvoorbeeld een soort die wordt gebruikt voor het vlechten van heggen die Britse velden van elkaar scheiden. In de heggen vermengen zich allerlei wilde plantensoorten die ook veelvuldig terugkomen in de ontwerpen van Morris, en die floreren bij traditioneel grondbeheer dat typisch was voor de vallei van de Theems waar het Red House staat, en dat is geen toeval. Het meidoornblad representeert een specifieke omgeving die nauw verbonden is met Morris’ idee van een ideale samenleving die landelijk en antikapitalistisch is. Als we naar zijn behang kijken, kijken we niet alleen naar de schoonheid van Britse flora, we kijken naar een ideologie.


Sabine Rovers

Hetzelfde geldt voor de anthotypes van fotograaf Sabine Rovers, die net als Morris planten uit haar eigen omgeving verbeeldt. Een anthotype is een alternatieve vorm van fotografie waarbij gebruik wordt gemaakt van de lichtgevoeligheid van (bloem)bladeren. 

Van de plant wordt pigment geëxtraheerd dat op papier wordt gestreken en gedroogd. Rovers legt vervolgens planten of een negatief van een foto van de plant op het geverfde papier. Dan kan het een aantal uren tot maanden duren voordat de delen die aan de zon zijn blootgesteld verkleuren en een afdruk ontstaat van de plant.

Het idee voor de serie anthotypes We’ve always been here for you. The magical power of forgotten plants begon in het voedselbos van Habbo, dat vorm kreeg door guerilla gardening. Oprichter Habbo Hovinga eigende zich steeds meer grond toe achter een Haags volkstuinencomplex. Rovers begon er als vrijwilliger en maakte een korte film over Hovinga en zijn zelfbenoemde pariadijs. Na zijn overlijden nam Rovers met een aantal vrijwilligers de zorg voor het bos over, waar ze steeds werd geconfronteerd met de vraag of iets onkruid was of niet. Zo leerde ze dat veel planten die ze aanvankelijk herkende als onkruid, niet alleen esthetische, maar ook culinaire en medicinale kwaliteiten hebben, met als gevolg dat ze totaal anders naar haar natuurlijke omgeving ging kijken. 

Die nieuwe blik kristalliseert in haar serie anthotypes, waarin Rovers de verstotelingen van de plantenwereld adopteert. In We’ve always been here for you is plaats voor planten die elders de grond worden uitgetrokken of bestreden met onkruidverdelgers. De visgraatachtige vorm van het paardenbloemblad en de kartels van de brandnetel duiden voor Rovers niet op iets dat ongewenst is, maar zijn een herinnering aan een plaats waar ze leerde spontane groei aan te moedigen. Waar het bestaande ecosysteem zoveel mogelijk wordt gerespecteerd en het, in de woorden van Rovers, niet gaat over eten kweken maar eten vinden. Het is een radicale kijk op de voedselindustrie die een diepgeworteld verlangen naar een antikapitalistische samenleving impliceert.


Hop en Svenson

Fotografen Arja Hop en Peter Svenson gebruiken een techniek vergelijkbaar met die van Rovers, maar in plaats van bladvormen zijn kleuren de esthetische focus van hun werk. Die kleuren ontstaan door vellen papier in de sappen van bladeren te dopen. Het resultaat is abstract. Ook botanici zullen geen planten herkennen in de hier afgebeelde serie die de naam Felwa draagt, een oud-Germaanse term die ‘lichtgeel’ betekent en gebruikt werd om het gebied te duiden dat we nu de Veluwe noemen. 

De Veluwe is waar Hop is opgegroeid en de samenwerking tussen haar en Svenson begon. Sinds 2015 verzamelen ze planten in de velden rond Hierden, waar Hops ouders boerden voordat Natuurmonumenten een deel van hun land overnam en de nieuwe eigenaren van de boerderij een luxewoning maakten waarvoor een door Hop geliefde perenboom moest wijken. 

Hop en Svenson verzamelen vooral planten die typisch zijn voor de regio en die namen van een oud -Veluws dialect dragen, zoals wrattekruud. De sappen extraheren ze direct na het plukken aan de hand van een precieze formule, die ze kunnen aanpassen om de kleurintensiteit te beïnvloeden. Hop en Svenson zijn echter niet geïnteresseerd in een specifiek kleurenpalet, maar willen dat de natuur zichzelf laat zien op een zo direct mogelijke manier. 

De plant spreekt echter niet volledig voor zichzelf. De kleuren zijn intenser aan de randen van de vellen, waar het residu van de plant zich concentreert. Soms zijn er korrels zichtbaar of andere oneffenheden die niet alleen door de plant worden bepaald, maar ook door het technische experiment van Hop en Svenson dat zich uit in de kleurenvlakken die zij florachromes noemen. In de florachromes zie je hun zoektocht naar een manier om planten een stem te geven. Een stem die zich laat horen in dieprood, lichtgeel, vaaloranje of, verrassend genoeg slechts heel af en toe, in een groentint. 


Harmonie

Morris was niet alleen ontwerper, maar ook schrijver. In zijn ecosocialistische roman News from Nowhere - waar nowhere een vertaling is van het op Grieks gebaseerde woord utopie – wordt de protagonist wakker in de toekomst. Een toekomst waarin mensen vrij zijn van de lasten van de industrialisatie en in harmonie leven met de natuurlijke wereld. 

Het werk van Morris, Rovers, Hop en Svenson helpt ons om een groenere toekomst te verbeelden. Een toekomst waarin eten niet wordt gekweekt, maar gevonden, en waarin de mens zichzelf minder centraal plaatst en planten een stem hebben. Een toekomst waar iedereen kan kiezen voor de charme van het historische behang, het puntdak en het glas-in-lood raam dat uitkijkt over een met zorg onderhouden voortuin.